


Marian van Caspel is freelance kunsthistorica
in Utrecht.
Zij werkte als rondleidster
in het Armando Museum in Amersfoort.
|
Armando
Armando (1929–2018) maakt schilderijen en sculpturen,
maar ook gevoelige tekeningen en poëtische grafiek.
Tevens is hij bekend als violist, theater- en filmmaker
en schrijver van proza en poëzie. Binnen al deze
disciplines gaat het om één thema: de tragiek van
de mens. Zelf spreekt de kunstenaar over ‘veelzijdigheid
in eenzijdigheid’: veelzijdig in zoveel disciplines,
eenzijdig in het thema. Dit centrale thema bleef
zestig jaar hetzelfde en wortelt in zijn heftige
jeugdervaringen in Amersfoort tijdens de Tweede
Wereldoorlog.
Na in de naoorlogse jaren als violist gewerkt
te hebben en zijn eerste gedichten geschreven te
hebben, debuteert Armando in 1953 met tekeningen
die onder invloed van Cobra tot stand kwamen. Bleef
hij met deze tekeningen nog enigszins in de schaduw
staan, met de ‘peintures criminelles’ haalt hij
zich de woede van de Nederlandse pers op de hals.
De erop volgende Nul-periode (1960-1965) waarin
de werkelijkheid zelf – bij Armando bijvoorbeeld
autobanden – tot kunst verheven wordt, leidt halverwege
de jaren zestig bij de kunstenaar tot complete
innerlijke leegte.
Hij verlaat de beeldende kunst
om er pas in 1972 naartoe terug te keren. In de
dichtbundel ‘Dagboek van een dader’, die gezien
kan worden als een sleutelwerk, bekeert Armando
zich tot de romantische traditie. Vooral Caspar
David Friedrich blijkt een belangrijke inspiratiebron
te zijn. Het landschap, dat in de oorlog van alles
zag maar weigert te getuigen, wordt door Armando
in gedichten en kunstwerken schuldig verklaard.
De
grote zwart-wit schilderijen waarmee hij in de
jaren tachtig doorbreekt en die in series (bomen,
vlag, hek, ladder, etc. ) opgevat zijn, vormen
het hoogtepunt en de kern van zijn oeuvre. De motieven
worden ook naar sculpturen vertaald. Zo is vlakbij
het voormalige Kamp Amersfoort een 14 meter hoge
bronzen ladder te zien. In de schilderijen wordt
na de millenniumwisseling het zwart-wit ingeruild
voor kleur.
Armando kan beschouwd worden als een uomo universale.
Niet alleen door de vele disciplines waarin hij
werkt, maar ook doordat zijn werk ingebed is in
grote literaire en filosofische tradities. Zo is
zijn werk niet los te zien van denkbeelden van
Nietzsche.
In mijn lezing plaats ik Armando in het ruime
perspectief van zijn ‘veelzijdigheid’ en schets
ik een beeld van zijn ontwikkeling als beeldend
kunstenaar.

Armando in atelier
(foto Conny Meijer)
|